| |
|
| KEVERS |
| |
| Als
je voor het eerst kennis maakt met gallen, wil je meestal eerst graag weten
hoeveel verschillende soorten er te vinden zijn en dus begin je alles te
verzamelen wat los en vast zit. Dozen vol met gedroogd materiaal hou je
er aan over. Tegenwoordig denk ik dat het beter is om de exemplaren te fotograferen
(digitaal of dia) en als je geïnteresseerd bent in de galmaker is het een
goed idee de gal 'uit te broeden'. De onderstaande lijst met beschrijvingen
van galmaker en hun gastheer zijn soorten die ik zelf, of een andere gallenliefhebber,
heb gezien. Er staat vaak een beschrijving bij en waar mogelijk een foto.
Voor mensen die geïnteresseerd zijn in de Nederlandse verspreiding van plantengallen
kunnen straks kijken naar de database die op deze website wordt toegepast.
Omdat het onderwerp van plantengallen pas recentelijk weer in de schijnwerpers
staat, is onze database nog niet zo groot, maar alle bijdrages zijn welkom! |
|
|
Klik
op de afbeeldingen voor een vergroting |
| Apion
rubens (Coleoptera: Brentidae: Apioninae) komt voor in de bladeren
Rumex acetosella of Schapenzuring. De gal zit op de hoofdnerf of in het
blad en is meestal spoelvormig, tot 6 mm lang en 2-3 mm dik (DvL). Het oppervlak
is glad en geel en/ of rood. De keverlarve is oranje. Ik heb de gallen enkel
een keer gezien op Schiermonnikoog, maar misschien heeft iemand anders nog
meer meldingen? |
|
|
| |
|
|
| Gymnetron
villosulum (Coleoptera: Curculionidae) is een prachtig kevertje
met een prachtige lange, kromme snuit. De soort gebruikt de zaden van Veronica
anagallis-aquatica voor ontwikkeling en huisvesting. De zaden veranderen
in grote groene knikkers met een klein knobbeltje bovenop. Lijkt veel op
een erwt van ongeveer 8 bij 5 mm. De soort komt blijbaar ook voor op Veronica
catenata, V. scutellata en V. beccabunga. De exemplaren
op de foto's zijn gevonden in de Millingerwaard. |
|

|
| |
|
|
| Smicronyx
jungermanniae maakt stengelverdikkingen in allerlei soorten
Duivelsnaaigaren, zoals hier op Cuscuta europaea. De larven waren
in begin augustus 2006 wit met een donkere kop. Waarschijnlijk worden de
gallen ook nog forser. Volgens DvL tot 8 bij 5 mm, dus dat klopt wel hier
en daar. De gallen kunnen twee galkamers bevatten, maar ik vond in de paar
die ik heb opengepeuterd slechts één. De gallen schijnen met
name in de stengels vlakbij de bloeiwijze te worden gevormd. |
|



|
| |
|
|